This site requires JavaScript to render the code.

Need to know how to enable JavaScript? Go here.

Speakers

Fotograaf vindt zijn identiteit bij ’s werelds laatste inheemse stammen

Jimmy Nelson

Kunstenaar

Jimmy Nelson heeft een groot deel van de wereld bereisd om de laatste inheemse stammen en culturen letterlijk vast te leggen op de gevoelige plaat. Hij ziet zijn traditionele platencamera als het perfecte instrument om contact te maken en intieme vriendschappen op te bouwen met tot dusverre vaak onbekende leefgemeenschappen in de verste uithoeken van de aarde. “Ik wilde een ambitieus en esthetisch fotografisch document maken dat de tand des tijds kan doorstaan.” Zijn unieke fotoboek ‘Before they pass away’, waarvan ook een XXL-versie bestaat in gelimiteerde oplage, is wereldwijd al meer dan 110.000 keer over de toonbank gegaan.

Zijn bezoek aan de Chukchi op het Siberische schiereiland Chukotka is wel een van de spectaculairste reizen die Jimmy Nelson in het kader van zijn fotografieproject ‘Before they pass away’ heeft gemaakt. “Een maand lang hebben we in de helse kou naar de Chukchi gezocht, niemand wist waar de stam zich precies bevond.” Geen wonder dat dit volk met zijn traditionele cultuur nooit door Russische soldaten onder de voet is gelopen en de vernietigende activiteiten van het Sovjetregime in Siberië, zoals milieuverontreiniging en wapentesten, heeft doorstaan. “Uiteindelijk zijn we er anderhalve maand geweest en heb ik, door allerlei omstandigheden waaronder het weer, slechts één dag foto’s kunnen maken”, vertelt de Britse fotograaf op een terras in Amsterdam, vlakbij zijn huis en stam (zijn gezin). Niet lang geleden zijn de Chukchi door de overheid naar de stad gebracht, waar ze een appartement, televisie, alcohol en warmte kregen. “Ze kwamen van de ene in de andere extreme situatie terecht, maar waren uiteindelijk niet gelukkig tussen het beton. De Chukchi besloten terug te gaan naar hun kern, die ze het sterkst ervoeren wanneer ze onder harde omstandigheden bezig waren met overleven.” Ook zijn bezoek aan het Dani-volk, dat al 9.000 jaar landbouw bedrijft in de Baliem Vallei op 1.600 meter hoogte in het midden van de Jayawijaya-bergketen in Indonesisch Papoea, zal hij niet snel vergeten. “Hun emotionele rijkdom is zo groot dat ik die kon voelen.” In totaal bezoekt Jimmy Nelson tussen 2011 en 2013 zo’n 35 stammen die nog vasthouden aan vaak eeuwenoude tradities en gebruiken. De Kazakh in de bergen van West-Mongolië, de Mo-mensen uit het vroegere koninkrijk Lo (Tibet), in wier belevenis de aarde nog plat is, de Rabari in het westen van India en al die andere stammen zullen zich ongetwijfeld ontwikkelen en (een deel van) hun eigenheid kwijtraken. Jimmy: “Ik heb geen voorkeur voor bepaalde stammen en culturen, maar natuurlijk waren sommige reizen wel spectaculairder en geestelijk of fysiek zwaarder dan andere. Ook de omstandigheden verschilden. Warm, koud, geïsoleerd of juist dichter bij de beschaving. Voor alle stammen geldt dat ik, voordat ze er niet meer zijn, wil laten zien hoe authentiek en speciaal ze zijn. Ook om onszelf eraan te herinneren waar we vandaan komen. Zij zijn emotioneel en cultureel veel rijker dan wij, onze rijkdom is vooral materieel. We zullen een nieuwe balans tussen die twee moeten vinden.”

Visuele caleidoscoop

“Ik wilde proberen een bijzondere visuele caleidoscoop van de wereld te maken door te kiezen voor afgelegen locaties met verschillende natuurlijke omstandigheden (koud, heet, woestijn, nat, woestijn, bergen), zodat ik mensen die daar nog steeds leven kon laten zien. In al hun diversiteit, ik wilde me niet concentreren op één groep.

Hun emotionele rijkdom is zo groot dat ik die kon voelen.

Ik had kunnen kiezen voor bijvoorbeeld de Pygmeeën in Kongo, wier voortbestaan ernstig bedreigd is. Dat heb ik niet gedaan om esthetische redenen en omdat dit geen antropologisch project was, maar een artistieke interpretatie van wat eigenlijk ons aller oorsprong is.” Op de vraag hoe hij zich heeft geïntroduceerd bij volken wanneer gesproken taal geen optie was, antwoordt Jimmy: “Je maakt jezelf heel klein, nederig, kwetsbaar. Als een hond die op zijn rug ligt. Je geeft hen als het ware het recht jou te keuren. Langzaam ga je een stapje verder door oogcontact te maken en elkaar aan te raken. Weer een tijdje later laat je een camera zien, waarvan de meesten niet weten wat het is, en zet je ze op een voetstuk. Uiteindelijk kijkt de hele dorpsbevolking toe.” Het heeft dagen, soms weken gekost om het maken van de foto’s te organiseren. “Ik wil een boodschap overbrengen van schoonheid, kracht en iconografie, omdat ik geloof dat wij iets van hun authenticiteit kunnen leren. Het opzetten van een esthetische foto kost heel veel tijd. Ik gebruik een traditionele platencamera, die films gebruikt die niet erg lichtgevoelig zijn. Dat vereist lange sluitertijden. Daarom moet je een relatie opbouwen, waarbij je gebruik maakt van een communicatievorm die veel verdergaat dan taal. Ik neem ze mee naar een waterval of een berg en zet ze als iconen neer en maak dan mooie foto’s. Eerst portretten om het persoonlijke contact te versterken en daarna groepsfoto’s. Dat proces kan lang duren, omdat alleen al het in elkaar zetten van een traditionele platencamera uren kan kosten. Fysiek kan het ook heel zwaar zijn, zeker als het -40° Celsius is. Je moet bereid zijn heel ver te gaan. Uren op je knieën zitten, accepteren dat veel dingen niet goed gaan. Door de emoties die je dan toont laat je hen zien dat jij ook een mens bent.”

Objectiviteit

Digitaal fotograferen vindt Jimmy Nelson ‘te gemakkelijk’. “Lange lenzen maken het mogelijk van veraf te fotograferen, terwijl ik nu heel dichtbij de mensen was.” Met een platencamera kun je het resultaat niet laten zien. “Dat moet ook niet, want dan verlies je alle objectiviteit. Het gaat erom wat ik zie, niet wat in de box gaat. Ik ga nu terug naar een aantal stammen en laat ze de foto’s en boeken zien. Daar maken we een film over. De twee keer dat ik al terug ben geweest ben ik als een vriend of familielid binnengehaald”, vertelt Jimmy. Niet zo vreemd, want hij heeft ‘vertrouwen voor het leven opgebouwd’. “In het begin was het een eenmansmissie en was ik heel kwetsbaar, waardoor ik mijn hart beter kon laten spreken. Meestal was ik een maand bij een stam en leefde en at ik net als zij, hoewel ik zeker met vlees in een warm klimaat voorzichtig was. Ik werd één van hen. Later ging ik met een cameraman en nu met een camerateam. Dat is niet per se wat ik het liefste doe, omdat er intimiteit verloren gaat, maar wel noodzakelijk.” Wat is hem opgevallen aan de mensen met wie hij zo’n goede band heeft opgebouwd: “Ze zijn erg trots op wie ze zijn. Niemand vertelt hen wie ze moeten zijn. Wij zijn vergeten hoe we moeten leven en te druk bezig met het leven van anderen. De stammen hebben een bijzondere relatie met hun eigen lichaam. De manier waarop ze jagen en eten is in evenwicht en zorgt ervoor dat ze overleven. Zij zijn gezond. Aan de andere kant zijn onze lichamen zijn niet ontworpen om te leven zoals we nu leven.”

Eigen identiteit

Door het project ‘Before they pass away’ kon Jimmy Nelson niet alleen kennismaken met prachtige mensen die behoren tot stammen in alle uithoeken van de wereld, maar ook met zichzelf. “Mijn passie komt voort uit een zoektocht naar mijn eigen identiteit. Als kind, geboren in Sevenoaks (Engeland) en opgegroeid in de derde wereld, was ik een beetje de weg kwijt. Mijn ouders deden me op mijn zevende op een Noord-Engelse, door Jezuïten geleide kostschool, een extreem contrast met waar ik vandaan kwam. Door een verkeerd medicijn tegen malaria in combinatie met stress, omdat ik na een verblijf in Sierra Leone terug moest naar die school, viel op mijn zestiende in één dag al mijn haar uit. Alopecia totalis heet die aandoening. Mijn haar is nooit teruggegroeid. Nu maakt dat niet veel meer uit, maar op die leeftijd is dat verschrikkelijk. Ik was denk ik best een aardige vent, maar ik had het idee dat iedereen me beoordeelde en dacht dat ik anders was. Nee, hield ik mezelf 31 jaar geleden voor, ik ben dezelfde als gisteren.”

Tibet

In plaats van zich net als zijn leeftijdgenoten bezig te houden met seks, drugs en rock ’n’ roll, vertrekt de dan 17-jarige Jimmy naar Tibet, waar hij gekleed als monnik te voet van de ene naar de andere kant gaat. Op zoek naar een beetje sympathie van leeftijdgenoten. Die reis duurt een jaar. “Toen ik terugkwam vertelden ze mij dat het land dat ik net had bezocht al dertig jaar op slot zat. ‘Echt waar?’ was mijn reactie. Ik was mezelf aan het ontdekken, niet het land. De foto’s die ik had gemaakt vielen in de smaak en werden gepubliceerd, waardoor ik een beetje geld verdiende. Ik was fotograaf.” Snel daarna legt hij uitsluitend als waarnemer nieuwswaardige gebeurtenissen vast, variërend van de Russische bemoeienis in Afghanistan, de voortdurende strijd tussen India en Pakistan in Kasjmir, de onrust in Somalië en het begin van de oorlog in het voormalige Joegoslavië. “Voor mij was de camera daar al een medium om, vanuit mijn empathie voor de mensen die pijn leden, verbindingen te kunnen
maken. In tegenstelling tot veel fotografen die zich achter de camera verstoppen, wilde ik er juist voor gaan staan”, vertelt Jimmy.

De camera is voor mij een medium om verbindingen te leggen.

Midlifecrisis

Nadat hij zijn Nederlandse vrouw heeft ontmoet, met wie hij samen een cultureel portret van China maakt, moet er brood op de plank komen. Jimmy houdt zich 18 jaar lang bezig met commerciële fotografie. Tot rond 2010 de midlifecrisis toeslaat. “Wie ben ik? De hele wereld verandert, niemand heeft me nodig. Mijn vrouw zei: ‘Je hebt toch een hobby, die stammen? Daar moet je nu wat mee doen, anders zijn ze er niet meer’. Dat was de aanleiding om met dit project te beginnen en inmiddels is er dus een boek uit waarvan de verkoop wereldwijd steeds beter gaat. Dankzij alle stammen die ik heb bezocht begin ik te begrijpen wie ik ben en wat ik voel als ik communiceer. Zij kijken verder dan het uiterlijk, naar jouw ziel die bepalend is voor de persoon die je bent. Wij zijn daar ver van verwijderd. In onze wereld is er weinig schoonheid en authenticiteit over, maar er zijn enkele individuen die zichzelf eindelijk hebben gevonden (of nog op zoek zijn). Ik ben misschien een van die mensen. Een groot deel van mijn leven heb ik met de stem van anderen gesproken. Nu kan ik eindelijk mijn eigen stem laten horen. Die stem is klein, niet geschoold, maar wel heel echt en waar.” Jimmy Nelson vertelt nog hoe hij heeft genoten van de film ‘Avatar’, die eigenlijk laat zien hoe de moderne mens wat hij niet begrijpt wil vernietigen, maar dat we daardoor de kracht van het met elkaar en de natuur verbonden zijn hebben verloren. “Er is nog iets wat ik heb geleerd. Sinds een jaar geef ik lezingen, omdat ik lekker in mijn vel zit en me nu kwetsbaar durf op te stellen. Daardoor ontstaat een verbinding met het publiek, eigenlijk op dezelfde manier als dat is gebeurd met die stammen.”

Jimmy Nelson

Kunstenaar

Jimmy Nelson is een Britse kunstenaar en hij is vooral bekend van zijn boek Before They Pass Away,...

Informatie opvragen Bekijk het profiel