Vrouwenrechten, klimaat, armoede, racisme en geweld zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Toch blijven we problemen afzonderlijk benaderen, terwijl juist die versnippering ongelijkheid in stand houdt. Lakshmi pleit voor een intersectionele blik: duurzame verandering begint bij het erkennen hoe systemen van macht en uitsluiting elkaar versterken.
Gisteren speelde ik mijn nieuwe single SEE bij Radio 2. In het programma Muziekcafé hebben ze altijd een spelletje: De laatste ronde. Twee artiesten mogen een nummer kiezen dat zij zouden draaien aan het einde van de avond in de kroeg. Of het nummer dat je opzet als je ’s nachts naar huis loopt na het uitgaan. Ik ga altijd iets te hard in spelletjes. Dus ook hier wilde ik winnen. Maar dan wel zonder concessies te doen aan de muziek.
Na wat sparren met mijn bandlid Mirte (23, vrouw – ja, dat is relevant) kwam ik uit op The Doll People van Sofia Isella. Een nummer dat de objectivering van vrouwen fileert, met een waanzinnige productie en een messcherpe, poëtische tekst. Mirte zei: “Je moet erbij zeggen dat we de nacht opeisen.” Want zij is er ook klaar mee: altijd alert moeten zijn, altijd rekening moeten houden, altijd een sleutel tussen je vingers.
Ik had dertig seconden om mijn keuze te pitchen aan de luisteraar. Onder tijdsdruk ga ik sneller praten. En als het over veiligheid van vrouwen gaat, nog sneller. Mijn woorden echoden door de ether: “We eisen de nacht op. We gaan door. We gaan een nieuw tijdperk van feminisme in. We zijn geen gebruiksvoorwerpen. We gaan hardcore die nacht in – en Sofia Isella geeft me de attitude om veilig te blijven.”
De artiest naast mij was daarna aan de beurt. Hij koos Brabant van Guus Meeuwis. Omdat hij van Brabant hield. En toen wist ik al dat ik had verloren. Ik moest er eigenlijk om lachen. Hij speelde het spel perfect. Natuurlijk is het slim om een nationaal meezing-anthem te kiezen. Een lied waarin alles klopt. Waar de tekst zacht melancholisch is, met een lach en een traan. Waar niemand zich aangevallen voelt. Waar zelfs de meest cynische Nederlander met een biertje in de hand uit volle borst op meezingt tijdens Vrienden van Amstel. Een veilig lied. Een warm lied. Geschreven vanuit het perspectief van een man die zich vrij genoeg voelt om vooral heimwee te hebben.
En toch bleef er iets knagen. Niet omdat ik had verloren, maar omdat dit onschuldige radiospelletje ineens voelde als een miniatuurversie van de wereld. Aan de ene kant: gezelligheid, nostalgie, bier, meezingen, Brabant. Aan de andere kant: alertheid, grenzen, vermoeidheid, het verlangen om je veilig te voelen als je alleen naar huis gaat. Twee werkelijkheden, allebei echt, maar niet voor iedereen even zwaar. Voor de één is de nacht een gevoel, voor de ander is het een risico.
Na de uitzending liep ik naar de bus. Nog voor ik instapte, deed ik wat ik altijd doe: even scannen. Wie zit waar, hoeveel mensen zijn er, waar is een plek die veilig voelt. Zo’n handeling die zo automatisch is geworden dat hij bijna niet meer opvalt. De bus was bijna leeg. Toch kwam er een man naast me zitten. Hij zat wijdbeens, zo dat zijn knie steeds tegen de mijne drukte. Ik schoof op, dichter naar het raam. Nog een stukje. Tot ik klem zat tussen hem en het glas.
Ik gun iedereen de vrijheid om om drie uur ’s nachts luidkeels “Brabant” te zingen. Maar zolang de één zorgeloos kan zwerven en de ander haar route plant en haar omgeving scant, zijn we er nog niet. Daarom blijf ik die andere werkelijkheid benoemen. Blijven praten over veiligheid. Over ruimte. Over het recht om er te zijn zonder voortdurend alert te hoeven zijn. Want de nacht hoort van ons allemaal te zijn. En totdat dat zo is, blijf ik hem opeisen. Desnoods in dertig seconden op Radio 2.
De manier waarop we onze wereld hebben ingericht is onhoudbaar. Veel van de systemen waar we...
Offerte opvragen Bekijk het profiel