This site requires JavaScript to render the code.

Need to know how to enable JavaScript? Go here.

Speakers

Zijn we klaar voor de toekomst?

"Gelukkig trekken politieke partijen zich doorgaans niet té veel aan van wat ze voor de verkiezingen beloven."

drs. Martin Visser

Journalist | Econoom | Columnist

Ik begin met twee citaten. Eens kijken of u ze herkent. Citaat één: “De hoogte en duur van de WW blijft gelijk.” Citaat twee: “Aan de huidige hypotheken wordt niet getornd.”

U heeft vast al enig vermoeden. Het zijn twee verkiezingsbeloftes. Belofte één komt uit het boekwerkje “Nederland Sterker & Socialer”. Belofte twee uit “Niet doorschuiven maar aanpakken”. Respectievelijk PvdA en VVD.

Gelukkig trekken politieke partijen zich doorgaans niet té veel aan van wat ze voor de verkiezingen beloven. De WW-duur is wel degelijk bekort, van drie jaar naar twee jaar. En de hypotheekrenteaftrek werd wel degelijk versoberd voor bestaande gevallen, met 0,5 procentpunt per jaar. Oftewel: sociaal-economische hervormingen waarvoor het kabinet zichzelf nu op de borst klopt, wilde het aanvankelijk helemaal niet doorvoeren. Als de politieke partijen hadden vastgehouden aan wat ze de kiezers hadden beloofd, dan was er weinig terecht gekomen van het op orde brengen van de overheidsfinanciën en het doorvoeren van hoognodige hervormingen.

Dit is niet uniek voor de huidige regering. Ook eerdere coalities konden lange tijd dralen. Zo kostte het Balkenende en Bos heel lang om te erkennen dat de verhoging van de AOW-leeftijd onvermijdelijk was. Toen het taboe eenmaal van dit onderwerp af was, was het voor de huidige coalitie geen enkel probleem meer om de verhoging van de pensioenleeftijd nog wat te versnellen. Een economische hervorming kan broodnodig zijn, het kan zelfs zo zijn dat iedereen ziet aankomen dat het ooit gaat gebeuren, en toch kunnen politici enorm aanhikken tegen dat moment. Neem de hypotheekrenteaftrek, neem de modernisering van pensioenen.

Gelukkig trekken politieke partijen zich doorgaans niet té veel aan van wat ze voor de verkiezingen beloven.

Het draait meestal om politiek momentum. En de crisis van de afgelopen jaren wás zo’n momentum. En niet zomaar eentje. Het motto van premie Rutte was dat we sterker uit de crisis zouden komen. Onder die paraplu zijn allerlei minder leuke maatregelen gestopt. Dat we sterker uit de crisis gaan komen, is een positief getoonzet mantra. Of het ook echt klopt, waag ik te betwijfelen. Natuurlijk helpen al die hervormingen op het gebied van WW, ontslagrecht, zorg, pensioen en huizen ons een eind vooruit. Maar laten we eerlijk zijn: het was allemaal achterstallig onderhoud. Het waren maatregelen die bij wijze van spreken stonden te wachten op dat politieke momentum.  Maatregelen die idealiter al veel eerder waren genomen.

Maar goed, ze zijn nu genomen. En dankzij die hervormingen is echt orde op zaken gesteld. De bezuinigingen en lastenverzwaringen werkten het begrotingstekort deels weg. De hervormingen maakten vervolgens de Nederlandse staatsschuld houdbaar.

Het is allemaal noodzakelijk, maar is het voldoende?

Ik kan natuurlijk niet vooruitlopen op de uitkomst van deze expertmeeting. Maar ik denk zomaar dat de conclusie van vanmiddag zal zijn dat het dus niet voldoende is. En Rutte en zijn ministersploeg weten dat ook. Maar ja, het doorvoeren van al die maatregelen uit het regeerakkoord deed al pijn. En het ging soms moeizaam. Het kabinet zit er niet op te wachten om ná 50 miljard aan bezuinigingen en lastenverzwaringen en ná een reeks pijnlijke hervormingen nu nóg meer overhoop te halen.

Tekenend was de situatie vlak voor Prinsjesdag een jaar geleden. Het kabinet zou met een groeibrief komen. Het economische herstel was toen nog zo mager en de werkloosheid nog altijd zo hoog, dat de noodzaak voor een nieuwe groeiagenda zeker werd gevoeld. Maar tot op de dag van Prinsjesdag zelf was onduidelijk of die groeibrief er zou komen. Sterker nog, alles wees erop dat die brief er níet uit zou gaan.

Uiteindelijk kwam er toch iets. ‘Werken aan groei’ heette de weinig wervende brief. En wat schreef het kabinet?
‘In internationaal perspectief staat Nederland er nog steeds (erg) goed voor. Maar als we nu achterover leunen, zullen we onze toppositie zeker verliezen. Het kabinet houdt daarom permanent aandacht voor onze concurrentiepositie  en wendbaarheid van onze open economie en neemt hiervoor de volgende extra maatregelen.’

Lastenverlichten is het devies, anderhalf jaar voor de volgende verkiezingen.

En vervolgens kwam een opsomming van oude wijn, van nieuwe zakken en klein bier. Het was duidelijk: politiek is het op. Rutte heeft geen zin om in de tweede helft van deze kabinetsperiode nog met bevlogen visies te komen op de toekomst van de Nederlandse economie. Visie vindt hij sowieso een vies woord. De enige ambitie die het kabinet een jaar geleden nog had, was de hervorming van het belastingstelsel. Inmiddels weten we hoe het daarmee afgelopen is. Op een wonderlijke aanpassing van de vermogensbelasting na, gebeurt er op dat
vlak niets meer.

Het kabinet staat in de uitdeel-stand. Meevallers worden nu direct doorgesluisd naar de mensen. Lastenverlichten is het devies, anderhalf jaar voor de volgende verkiezingen. Politiek gezien begrijpelijk. De coalitie wil graag zonder verdere kleerscheuren de rit uitzitten en het liefst ook nog wat zoet na het zuur verdelen. Maar uit economisch oogpunt een gemiste kans. Dat heeft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid wel laten zien in het lijvige adviesrapport ‘Naar een lerende economie’. De wereld verandert razendsnel, de dynamiek neemt toe, er is meer concurrentie, nieuwe producten en diensten komen op en snel weer snel uit de gratie, kennis veroudert in rap tempo.

Rutte had nota bene zelf om dit rapport gevraagd. En wat doet hij ermee? Helemaal niks. En dus blijft het bij praten over de nieuwe gouden eeuw. In plaats van te proberen die daadwerkelijk te bereiken. Ik snap het wel. Als je de adviezen van de WRR opvolgt, moeten weer de
nodige heilige huisjes omver. De adviseurs zien de poldercultuur als belemmering voor verandering en flexibilisering. Ze zien het onderwijs als een ouderwets ingerichte sector die alleen ten dienste staat van studenten en niet van werkenden. Ze kraken de zogenaamde investeringen in onderwijs en innovatie. Ze bekritiseren het topsectorenbeleid.

Hier zit het kabinet helemaal niet meer op te wachten. En nu voorspelt het Centraal Planbureau ook nog eens een groei van meer dan 2% volgend jaar. Dus waar praten we over?

Het zal mijn tijd wel duren, denkt menig bewindspersoon hier in Den Haag

Het zal mijn tijd wel duren, denkt menig bewindspersoon hier in Den Haag. Dat het vooruitzicht is dat Nederland structureel hooguit 1 à 1,5% groeit, wordt voor het gemak maar even verzwegen. Nu genieten we even van een fijne inhaalvraag met dito meevallers. Wie dan leeft, wie dan zorgt.

Beste experts. Hiermee heeft u het te doen. Grote veranderingen vinden meestal pas hun basis bij een nieuw regeerakkoord. In die zin is de huidige situatie ook weer niet anders dan anders. Maar het soort veranderingen waar we voor staan, zijn niet zo eenvoudig te realiseren. Het gaat hier niet om een procentje meer of minder belasting betalen. Of draaien aan knop van de WW-duur . Allerlei buitenlandse voorbeelden laten zien dat vernieuwing van onderwijs en arbeidsverhoudingen veel ingewikkelder is. Dat tik je niet even af tijdens een kabinetsformatie.

Daarom is er volgens mij een nieuwe agenda nodig, een nieuwe consensus. Een nieuwe visie, zo u wilt. Hoezeer ik dat ook een weinigzeggend rotwoord vind. Maar ik weet even geen betere. Misschien dat uw discussie straks daar een aanzet voor is. Maar weet dat politiek Den Haag niet op u zit te wachten. U moet niet alleen met bevlogen verhalen en ideeën komen. U moet ook weten hoe u die acceptabel maakt voor
politici die nu liever op hun handen zitten.

Nog even en de nieuwe verkiezingsprogramma’s worden alweer geschreven. Ben benieuwd of een groeiagenda daarin terug te vinden zal zijn. Als we beloftes vinden als: we laten het onderwijs met rust. Of: het Nederlandse innovatiebeleid is een succes en daarom veranderen we niets aan het topsectorenbeleid. Of: Nederland is hervormingsmoe, we hebben nu rust nodig.

Dan weten we zeker dat het u toch gelukt is. Dan zijn er weer verkiezingsbeloftes die gebroken kunnen worden.

Gesproken column ING-expertmeeting 9 september 2015

drs. Martin Visser

Journalist | Econoom | Columnist

Martin Visser is het gezicht van De Financiële Telegraaf. Hij maakt de complexe wereld van de...

Offerte aanvragen Bekijk het profiel