Overslaan naar inhoud

Leiderschap in de natuur – Dieren plakken niet aan het pluche

Na de Nederlandse verkiezingen en een kabinet in de maak, is het verleidelijk om
te kijken hoe dieren dat eigenlijk doen, leiding geven. Hoe plannen dieren voor de groep, welk type leider is succesvol en waarom? Zijn dieren betere leiders dan mensen? (spoiler: ja). Gedragsbioloog en onderzoeker Patrick van Veen doet een boekje open over leiderschap in de dierenwereld.

Wolven kennen een duidelijke rangorde in de roedel: de alfa’s (man en vrouw) coördineren de jacht, bewaken het territorium en zien toe op de opvoeding. Bij wolven draait alles om die taakverdeling en samenwerking binnen de groep.

“Laten we bij het begin beginnen”, zegt Patrick van Veen. “Leiderschap hoort bij sociale dieren, zoals wij. Dat heeft alles te maken met het nut van macht. De kern van leiderschap is dat macht ongelijk wordt verdeeld; je hebt een hiërarchie nodig. Dat klinkt misschien negatief, maar daardoor bespaar je energie. Als een groep bij een berg voedsel aankomt, kost het veel te veel energie om steeds opnieuw het voedsel te verdelen; een hiërarchie voorkomt dat. De leiders bepalen de verdeling, dieren boven­ aan de ‘sociale ladder’ krijgen meer, dieren onderaan krijgen de restjes. Maar, en dat is essentieel: iedereen krijgt iets. Hetzelfde geldt voor het verdedigen van de groep: je kunt beter vooraf leiders aanwijzen dan elke keer onderling uitvechten wie de ver­dediging leidt. Leiderschap is dus een basis­ principe voor de efficiënte energieverdeling en zuinigheid binnen de groep.”

Bij sociale dieren is leiderschap vooral belangrijk als het gaat om voedsel, ver­ dediging en voortplanting. Tijdens voort­ plantingsperiodes wordt de hiërarchie in de groep herbevestigd; gevechten rond de vorming van harems – denk bijvoorbeeld aan het jaarlijkse ‘burlritueel’ van edel­ herten – zijn vaak geritualiseerd, het zijn krachtmetingen waarbij de dieren elkaar niet doden. Ook dat brengt rust en spaart
energie. Het groepsleven biedt dieren dus veel voordelen: meer voortplantingssucces, beter voedsel­ en ‘gevaarbeheer’. Maar leiders in de dierenwereld kunnen niet op hun lauweren rusten als ze eenmaal aan de top staan, zegt Van Veen: “Het leven in sociale groepen heeft een onvermijdelijk
gevolg: je kunt niet volledig jezelf zijn. Jouw gedrag – of bij mensen: hun overtuigingen – mag het collectief niet verstoren; er moet harmonie en samenhang zijn.

Leiders zorgen ervoor dat iedereen zich houdt aan de sociale dynamiek van de groep, zonder deze te onderdrukken. Als die balans wordt verstoord en de groepsdynamiek uit evenwicht raakt, ontstaat er behoefte aan een ander type leider. Bij chimpansees die te maken krijgen met verlies van territorium of met beperkte voedsel- en waterbronnen, zie je bijvoorbeeld in tijden van schaarste of druk strijd ontstaan binnen de groep; dit zorgt voor een verschuiving in het type leiderschap dat op dat moment nodig is: agressieve leiders krijgen dan meer ruimte.”

Gorilla’s kennen een systeem waarin een dominante ‘zilverrug’ de toegang tot voedsel bepaalt en zorgt voor de groepsverdediging; zijn macht wordt getoetst via een soort van rituele knokpartijen.

Ideologie

Dat lijkt best veel op wat er in de mensenwereld gebeurt in moeilijke tijden. “Klopt”, zegt Van Veen. “Maar met een heel belangrijk verschil. Bij dieren is er geen sprake van ideologie, bij mensen wel. Ideologie – of dat nu links of rechts is, in onze woorden – speelt bij ons vaak een grote rol. Krachtig leiderschap en een aansprekend verhaal geeft mensen hoop en houvast: geef jij nu maar even de richting aan, dan hoef ik daar niet over na te denken. Het type leider dat mensen zoeken, hangt sterk af van de uitdagingen waarmee de maatschappij of de sociale groep te maken krijgt. En daar maken sommige mensen handig gebruik van; ze presenteren zich als zo’n krachtige leider, maar vaak zit daar helemaal geen doordachte visie achter. Vaak strookt hun ideologie helemaal niet met de realiteit of de behoeften van de groep. Dat zie je in de natuur niet gebeuren. Bij mensen bieden sterke leiders een tijdelijk voordeel, maar uiteindelijk worden ze afgerekend op hun bredere competenties – en die blijken ze vaak amper te hebben.”

Veel zangvogelsoorten zoals mezen en sijzen kennen dominante leiders die de richting aangeven bij migraties en het vinden van voedselgebieden.

Strategisch denken

Leiderschap vraagt dus meer dan een goed verhaal en brute kracht. “Het vraagt ook om vooruitdenken en strategisch vermogen”, zegt Van Veen. “En daar zijn dieren vaak beter in dan mensen. Dieren anticiperen bijvoorbeeld op voedseltekorten, natuurrampen en competitie met andere groepen door hun strategieën aan te passen. Daar zijn mensen vaak slecht in. Kijk, als een dier naar plek A gaat omdat het weet dat daar altijd een fruitboom was die vruchten droeg en die zijn er nu niet, dan trekt het naar plek B omdat het weet: daar stond in het verleden ook zo’n boom. Mensen proberen juist hun omgeving te forceren. Zij blijven op plek A en gaan die boom water geven, bemesten, hoveniers aanstellen om hem te verzorgen. En als na drie jaar blijkt dat er dan nog geen fruit is, ja, dan gaan we die leider bekritiseren of afzetten. Of die leider gaat ons vertellen waarom het niet werkte en dat het vooral niet zijn schuld was. Je zou kunnen zeggen dat dit ook een nadeel is van het feit dat wij taal hebben. Daarmee kunnen wij kennis en intelligentie delen, wat strategisch leiderschap zou moeten verbeteren, maar taal kan ook worden gebruikt om vast te blijven houden aan situaties en ideeën die misschien gewoon niet werken.”

Tijdens de bronsttijd bepalen reeën en herten elk jaar opnieuw via rituele krachtmetingen en een woest vertoon van dominantie wie mag paren.

Mensen aan de top blijven gewoon te lang zitten, ook als er behoefte is aan een andere meer geschikte leider’

Man versus vrouw

De vraag dringt zich op: wanneer is een mannelijke leider beter en wanneer een vrouwelijke? Van Veen: “In de dierenwereld? Het hangt ervan af. Mannen kunnen competenties hebben die bij bepaalde situaties passen, bijvoorbeeld als er gevochten moet worden of de groep moet worden verdedigd. Maar ze missen soms vaardigheden die goed zijn voor de stabiliteit van de groep. Alfavrouwen creëren vaak rust en stabiliteit en grijpen bij nood ook in – soms zelfs behoorlijk extreem – om de groep te beschermen. Van chimpanseevrouwen is bekend dat ze een falende mannelijke leider in elkaar kunnen slaan; er zijn zelfs gevallen bekend van castratie. Welk leiderschapstype op een bepaald moment domineert, hangt vooral af van de grootste uitdagingen voor de groep en wie daar de beste competenties voor heeft. Vrouwen hebben doorgaans meer zorgtaken voor het nageslacht en hebben daarom baat bij rust en stabiliteit; dat verklaart dat vrouwelijk leiderschap vaak gericht is op het onderdrukken van escalatie. Afhankelijk van de omstandigheden is vrouwelijk leiderschap soms belangrijker voor de groep dan mannelijk leiderschap.”

Mens versus dier

En nog zo’n prangende vraag: welk type leiderschap is beter, dat in de dierenwereld of dat in de mensenwereld? Van Veen: “Mijn belangrijkste punt is dit: in de dierenwereld is leiderschap altijd tijdelijk. Wij mensen denken vaak dat leiderschap permanent is, dat het een recht is dat je hebt verdiend omdat je bent verkozen of benoemd. Maar als leiderschap niet meer past bij de uitdaging en omgeving waar de groep mee te maken heeft, hoort de leider een stap terug te doen of een andere rol te krijgen. Dat gaat in de dierenwereld meestal soepel – de oude leider schuift terug binnen de groep, een ander neemt zijn plaats in. Maar in menselijke organisaties blijven mensen aan de top gewoon te lang zitten, terwijl er behoefte is aan een andere, meer geschikte leider. Daardoor zie je zoveel incompetent leiderschap bij mensen. En dat zul je bij dieren nooit zien gebeuren.”

Bij orka’s zijn de vrouwen de baas: de oudere koeien sturen de jaarlijkse migratie, bepalen jachtstrategieën en dragen (sociale) kennis over.
Ook bij olifanten zijn de oudste koeien degenen die migratieroutes leiden, waterbronnen vinden en sociale zorg bieden; wie de leider wordt, wordt bepaald door ervaring en kennis van het leefgebied.

Ongehoord dierenland

Kent de dierenwereld eigenlijk ook een ‘minderheid die zich niet gehoord voelt’, zoals in de mensenwereld vaak te horen valt? Van Veen lacht. “Wij mensen creëren een illusie van democratie. Ons systeem is niet per definitie slecht hoor, maar het werkt anders dan in de natuur. In de dierenwereld geeft de groep een van de groepsleden de rol van leider. Wij mensen hebben weliswaar een democratisch kiesstelsel, maar dat systeem leidt in de praktijk tot vertegenwoordiging door een relatief kleine groep. Stel dat ongeveer 50% van een groep van 100 mensen deelneemt aan verkiezingen; dan leidt dat tot een coalitie waar misschien 60 procent van die kiezers zich in herkent – maar dat betekent dat maar zo’n 30 van de 100 mensen zich werkelijk gehoord voelen. Elk systeem heeft z’n structuur én z’n beperkingen. Die beperkingen zijn niet altijd goed zichtbaar of worden onvoldoende erkend. Daardoor ontstaat het probleem dat veel mensen zich niet vertegenwoordigd voelen, terwijl de officiële processen juist een democratische indruk wekken.”

Tekst | Diederik Plug

Deel dit artikel

Van lezen naar luisteren?

De beste verhalen werken pas echt op een podium. Onze consultants adviseren je persoonlijk.

Ontdek de sprekers en dagvoorzitters van morgen

Ontvang maandelijks de nieuwste inzichten en trends van de meest gevraagde experts, direct in je inbox.