Wij passen ons al twintig jaar aan de software aan. Dat draait nu om.
Organisaties bouwen hun software steeds vaker zelf. Op de beurs heet dat een kosten kwestie, maar het gaat over iets anders: werk dat eindelijk om mensen heen past.

Op 3 februari van dit jaar verdween er in achtenveertig uur ongeveer 285 miljard dollar aan beurswaarde uit software-aandelen. Een handelaar van Jefferies doopte het de “SaaSpocalypse” en die naam is blijven plakken. Inmiddels staat de teller op zo’n twee biljoen dollar sinds de piek van 2025, met Salesforce en Workday rond de dertig procent lager. De aanleiding was geen tegenvallend kwartaal, het was een productlancering: Claude Cowork van Anthropic.
De beurs rekent daarbij één ding uit. Als AI het werk van tien mensen doet, waarom zou je dan nog tien licenties afnemen? Die som klopt. Alleen kijk je daarmee naar het minst interessante deel van wat er gebeurt.
Want onder die paniek verandert er iets veel stillers. Retool meldde dit jaar dat 35 procent van de teams al minstens één SaaS-product heeft vervangen door iets dat ze zelf hebben gebouwd, en dat 78 procent van plan is er dit jaar meer te maken. Gartner verwacht dat in 2028 ongeveer 40 procent van alle nieuwe bedrijfssoftware op die manier in elkaar wordt gezet. Bedrijven kopen die software dus niet meer, ze maken hem zelf, meestal door de mensen die het werk elke dag doen.
En dat is wat mij betreft het echte verhaal, want wij hebben ons twintig jaar lang aangepast aan software die voor niemand in het bijzonder is gemaakt. Je CRM heeft honderden functies waarvan jouw team er acht gebruikt. Je proces buigt naar het systeem, want aanpassen was altijd duurder dan meebewegen. En zo is een hele generatie kenniswerkers gaan werken zoals een productmanager het ooit bedacht heeft, zonder dat iemand daar ooit voor gekozen heeft.
Neem mij, en ik ben echt geen programmeur. Ik heb inmiddels een aantal tools gebouwd voor mijn eigen werk, waaronder één voor een klant, en die klant vroeg vervolgens of ze hem konden kopen. Dat is geen leuke anekdote. Dat is een prijssignaal.
Wat er nu terugkomt is gereedschap dat om het werk heen gebouwd is in plaats van andersom. En kijk dan eens naar wat er als eerste verdwijnt: overtypen, exporteren, doorklikken, hetzelfde nog een keer invullen in een ander scherm. Precies het deel van de dag waar niemand goed in is en waar niemand voor is aangenomen.
Wat overblijft is het deel waar mensen wél goed in zijn. Oordelen. Uitleggen. Iemand overtuigen. Een klant geruststellen als het misgaat. Daar zit je onderscheidend vermogen, en dat is precies het deel dat je niet kunt inkopen bij een leverancier die duizend andere klanten bedient.
En dit is waar ik het echt van word: technologie hoort ons menselijker te maken, niet minder. Voor het eerst in jaren beweegt de techniek die kant op in plaats van het ons af te pakken. Dat venster staat nu open, niet pas in 2028 wanneer Gartner gelijk krijgt en de helft van de nieuwe software zelfgebouwd is.
Begrijp me niet verkeerd, bouw niet alles zelf. Salarisadministratie, betalingen en alles met persoonsgegevens koop je gewoon, en bedenk altijd wie het onderhoudt. Een tool die één enthousiaste collega in een weekend bouwde en die daarna vertrekt bespaart je niks, die levert je een tijdbom met een inlogscherm op.
Maar wacht niet tot je softwareleverancier je vertelt dat dit kan, want dat gaat hij niet doen. Ga deze week bij één proces zitten waar je je blauw aan betaalt en stel jezelf de vraag: kunnen we dit zelf beter maken? Over twee jaar bestaan er twee soorten organisaties. De ene heeft geleerd om gereedschap te bouwen rond wat hun mensen goed kunnen. De andere zit nog te wachten op de volgende prijsverhoging. Ik weet welke van de twee ik wil zijn.
Van lezen naar luisteren?
De beste verhalen werken pas echt op een podium. Onze consultants adviseren je persoonlijk.