Overslaan naar inhoud

We houden van veranderaars. Vooral achteraf.

Levende helden vinden we vaak maar lastig. We bewonderen mensen die opstonden tegen slavernij, apartheid en ongelijkheid. Mensen die streden voor vrouwenrechten, homorechten, vrijheid en menselijke waardigheid. Achteraf weten we precies wie de pioniers waren. We citeren ze, maken documentaires over hen en vernoemen straten naar ze. Maar hoe goed zijn we eigenlijk in het herkennen van een veranderaar terwijl die verandering nog gaande is? Die vraag houdt mij al heel lang bezig.

Roeselien Wekker, interview, tafel, microfoons

Ik noem ons Warriors for Change. We verschijnen zelden op het moment waarop iedereen denkt: fijn, daar is eindelijk degene op wie we zaten te wachten. Veel vaker komen we te vroeg en op een behoorlijk ongemakkelijk moment.

De veranderaar stelt een vraag waar de omgeving nog geen antwoord op heeft. Benoemt iets wat anderen heel gewoon vinden. Ziet een patroon waar de rest aan voorbijgaat. Maakt zich boos over iets waar een ander nauwelijks last van heeft. Of gebruikt woorden waarvan we vinden dat ze zorgvuldiger gekozen hadden kunnen worden.

“Je mag ook niets meer zeggen” geldt dan ineens juist wél.

Er gebeurt vervolgens iets wat ik als verandermanager maar al te goed ken: het gesprek verschuift van de boodschap naar de boodschapper.

De vraag is dan: wie mag ongemak veroorzaken en bij wie vinden we dat al snel te veel?

Denk aan Akwasi. Tijdens de Black Lives Matter-demonstratie op de Dam in 2020 gebruikte hij stevige woorden over Zwarte Piet. Een groot deel van de discussie ging daarna over zijn woorden, zijn toon en de grens die hij daarmee had overschreden.

Zet daar de ruimte naast die mannen als Johan Derksen jarenlang hebben gekregen om te provoceren en kwetsende uitspraken te doen. Ook daar was kritiek op. Mij fascineert vooral wie blijkbaar hoeveel ruimte krijgt en wie dat eigenlijk bepaalt.

Wie mag boos zijn? Wie mag provoceren? En van wie verwachten we eerst de perfecte woorden, toon en timing voordat we bereid zijn naar de boodschap te luisteren?

Luisteren we nog naar wat iemand probeert te zeggen wanneer de manier waarop diegene het zegt ons irriteert? Blijven we nieuwsgierig naar wat er onder die boosheid zit? Of zijn we stiekem opgelucht wanneer we een reden hebben gevonden om de boodschapper te cancelen?

Ik zie precies hetzelfde gebeuren in organisaties.

De medewerker die voor de zoveelste keer vraagt waarom de top er nog steeds hetzelfde uitziet. De collega die benoemt dat een grap voor hem anders landt. Degene die vraagt waarom bepaalde mensen altijd aan tafel zitten en anderen vooral onderwerp van gesprek zijn. Of de medewerker die iets ter discussie stelt wat al twintig jaar prima lijkt te werken.

Voor je het weet noemen we iemand lastig, negatief, gevoelig, activistisch of weinig constructief.

Terwijl ik steeds vaker denk: wat ziet deze persoon wat wij nog missen?

Dat is de ingewikkelde positie van veranderaars. Wanneer je werkelijk vooroploopt, kun je vaak nog helemaal niet bewijzen dat je gelijk hebt. Wat jij ziet, wordt door de rest nog amper als probleem ervaren. Waar jij woorden aan geeft, heeft de organisatie soms nog geen taal voor. En wat jij ter discussie stelt, beschouwen anderen als volkomen normaal.

Ze lijken te vroeg en zijn misschien daarom precies op tijd.

Juist voor leiders en HR vind ik dat een interessante gedachte. Organisaties investeren veel tijd en geld in verandering, innovatie en toekomstvisies, terwijl degene die iets als eerste ziet misschien al gewoon bij je aan tafel zit. Alleen ervaar je die persoon op dat moment eerder als lastig dan als visionair.

Misschien loopt de medewerker die jij lastig vindt wel voor op iets wat jij zelf nog moet gaan zien.

Dat brengt mij terug bij de mensen die wij achteraf zo gemakkelijk pioniers noemen.

Wij hebben de luxe dat we terug kunnen kijken. We weten welke ideeën uit het verleden we nu onvoorstelbaar vinden en welke mensen hun tijd vooruit waren. Zij hadden dat overzicht zelf helemaal niet. Zij moesten midden in hun eigen tijd bepalen waar ze voor stonden, terwijl anderen hen vertelden dat ze overdreven, te veel vroegen of hun boodschap anders moesten brengen.

Net als wij nu.

Over vijftig jaar kijkt een volgende generatie ook terug op ons. Op wat wij normaal vonden, waarover we zwegen, wie we serieus namen en wie we vooral lastig vonden.

Zullen zij trots zijn op wat wij met onze tijd hebben gedaan? Of vragen ze zich af hoe wij bepaalde patronen opnieuw konden herhalen?

Een Warrior for Change is voor mij geen heilige. Veranderaars maken fouten, worden boos, kiezen soms ongelukkige woorden en kunnen er ook gewoon naast zitten. Wat hen interessant maakt, is dat ze ergens vóór durven te strijden: voor gelijkwaardigheid, vrijheid, menselijke waardigheid, een betere organisatie of ruimte voor een werkelijkheid die anderen nog helemaal niet zien.

Misschien hoeven we daarom geen vijftig jaar te wachten om te ontdekken wie de veranderaars van onze tijd waren. We kunnen vandaag al beginnen met een ongemakkelijkere vraag: Wat ziet de persoon die ik lastig vind, wat ik zelf nog niet zie?

Deel dit artikel

Van lezen naar luisteren?

De beste verhalen werken pas echt op een podium. Onze consultants adviseren je persoonlijk.

Ontdek de sprekers en dagvoorzitters van morgen

Ontvang maandelijks de nieuwste inzichten en trends van de meest gevraagde experts, direct in je inbox.