This site requires JavaScript to render the code.

Need to know how to enable JavaScript? Go here.

Speakers

prof. dr. Bas Haring

Alledaagse zaken op andere wijze belicht

Sinds al best een tijdje ben ik me aan het verdiepen in een onderwerp dat nieuw voor me is, of beter gezegd ‘was’. En dat onderwerp is economie. Niet de economie uit de bijlage van de krant: ‘Hoe hoog staan de aandelen Ahold?’ En ‘Hoeveel spruitjes exporteert Nederland naar Nigeria?’ (jaarlijks zo’n zesduizend ton). Het gaat mij meer om economische principes. Hoe werkt dat nou eigenlijk, zo’n economie? Waarom zijn er werklozen? Is inflatie erg? Waar komt geld vandaan? Ik heb, had, eerlijk gezegd geen flauw benul.

“Waarom?” Is me regelmatig gevraagd. “Waarom ga je in Londen studeren? En waarom koop je drie meter boeken over economie? Laat dit aan anderen over; je bent filosoof.” Het antwoord op deze waarom-vraag kan ik het beste illustreren met een persoonlijke anekdote.

Ik was een jaar of twaalf en stond in de keuken. We gingen bijna eten en in de oven stond een grote schaal met gebakken aardappeltjes. Mijn moeder vroeg me om de schaal, die gloeiend heet was, op tafel te zetten. Ik deed twee ovenwanten aan en pakte de schaal. Maar ondanks die wanten brandde ik mij toch. De schaal kwam weliswaar heel op tafel, maar ik hield er twee flinke blaren aan over. De ovenwanten waren namelijk nat. “Sukkel”, zei mijn moeder, “je begrijpt toch wel dat natte ovenwanten niet werken? Water geleidt stroom en dus ook warmte.” Het klonk serieus en mijn moeder keek er ook ernstig bij: “Water geleidt stroom en dus ook warmte.” Ik had het kunnen weten. Omdat ik, zoals veel kinderen van twaalf, heus wist dat water stroom geleidt. Bovendien klonk de “dus” van mijn moeder oprecht en verstandig. Maar mijn moeder praatte onzin. Het geleiden van stroom heeft niets te maken met het geleiden van warmte. Met een serieus gezicht en met de volle overtuiging iets wijs’ te zeggen sprak ze lariekoek. Ik neem mijn moeder niets kwalijk, maar dit soort lariekoek wil ik voorkomen en ik hoop er zelf zo weinig mogelijk aan mee te doen.

Ik heb de indruk dat er over economie een boel lariekoek gesproken wordt. Daar kun je makkelijk achter komen zonder iets van economie te weten. Als de ene zegt: “De staatsschuld moet omlaag, anders gebeuren er rampen.” En de andere zegt: “Nee hoor, hij mag nog best een stukje hoger.” Dan weet je, zelfs als je niet eens weet wat een staatsschuld is, dat minstens één van tweeën lariekoek spreekt. En dan heb ik het niet over lariekoek door economen zelf. Dat valt namelijk bijzonder mee. De meeste economen zijn intelligente mensen en de economie is een serieuze wetenschap. Ik bedoel de lariekoek van mensen op feestjes, in de wandelgangen en bij het koffieapparaat. Er is zoveel onwetendheid. Ook bij mij. Dat is niet erg. Sterker nog, het is haast onoverkomelijk. Maar het is wel erg wanneer je niet weet dat je onwetend bent. Daarom schrijf ik dus over economie.

Ik ben gewoon begonnen met een verzameling vragen en dan zou ik wel zien waar het zou eindigen:

Hoeveel tijd van mijn leven werk ik voor ondergoed? Waarom is cola duurder dan melk? Proberen bedrijven echt om zoveel mogelijk winst te maken? Wat is een markt en moet-ie vrij zijn? Moet groei en wat groeit er dan eigenlijk? Is het verkeerd om schulden te hebben? Wat gebeurt er wanneer je geld in de fik steekt? En wat als iedereen in één keer miljonair wordt? Van wie leent de overheid eigenlijk? Waarom hebben appartementen in voormalig Oost-Berlijn nu wel mooie balkonnetjes? Moet je tijdens een recessie méér of minder geld uitgeven? Wie verdient er meer: degene die werkt, of degene die het mogelijk maakt dat anderen werken? Is het erg wanneer robots ons werk gaan doen?

Het is natuurlijk een onoverzichtelijke bende met ongerelateerde vragen. Een beetje econoom lacht me hartstikke uit, maar het zijn nu eenmaal de vragen die ik heb. Bovendien ben ik orde in de bende aan het scheppen en begin ik een weg te vinden in het labyrint. Sterker nog, ik spreek wel eens over bovenstaande vragen. Niet slechts één op-één maar ook en plein public.

Er zit een interessante evolutie in het spreken over economie en het schrijven erover. In het begin wilde ik er juist niet over praten, omdat ik bang was op mijn moeder te lijken. Maar sinds ik iets meer van de materie begon te doorgronden moet ik er juist over praten. Privé, maar ook in de vorm van lezingen. Dan is spreken feitelijk een soort van hardop denken. Het publiek luistert mee, denkt mee, komt met tegenwerpingen en eigen voorbeelden. Daar heb ik wat aan, net als het publiek. Dat gaat zich weer opnieuw afvragen waarom groei eigenlijk moet, waar geld vandaan komt, enzovoorts.

Daarna ga ik weer schrijven. Om al die rudimentaire gedachten beter uit te werken. Ten slotte spreek ik er weer over. Als het schrijven af is en het boek klaar. Het interessante is dat ik niet weet wat het uiteindelijke product is van deze evolutie van denken, spreken, schrijven en weer spreken. Is dat het boek, of zijn dat de lezingen?

prof. dr. Bas Haring

Alledaagse zaken op andere wijze belicht

Bas Haring is filosoof, schrijver van wetenschappelijk boeken, tv-presentator en als spreker geeft...

Offerte aanvragen Bekijk het profiel