This site requires JavaScript to render the code.

Need to know how to enable JavaScript? Go here.

Speakers

De Universele Rechten van het Materiaal

Architect Rau, makkelijk te herkennen aan het Duitse accent en de gevleugelde uitspraken, was namelijk één van de eerste mensen die Wiering’s gedachte al had weten te vangen in een alomvattend verdienmodel: Product as a Service. Dit idee was zo simpel dat het eigenlijk vreemd was dat niemand er eerder opgekomen was.

ir. Thomas Rau

Expert op het gebied van circulaire economie

“Wat ongelooflijk onhandig om zoveel spullen te hebben,” dacht Tegenlicht-regisseur Frank Wiering een paar jaar geleden toen hij uitkeek over de baai van Dubrovnik. Er was zojuist een jacht van 120 meter lang aan komen varen, met daarachter nog een jacht, van dezelfde grootte, met een speedboot, een helikopter en een watervliegtuig geparkeerd op het dek. Een ritje met een speedboot leek hem best leuk, maar dit soort voertuigen overal met je meezeulen leek hem vooral heel onpraktisch. “Waarom zijn we eigenlijk zo ontzettend gefocust op eigendom, in plaats van dat we gewoon genieten van gebruik?” vroeg hij zich af. Zijn gedachte kristalliseerde langzaam in een idee voor een Tegenlicht-documentaire. Een Google-zoekopdracht leidde hem linea recta naar Thomas Rau, met wie hij de betreffende documentaire uiteindelijk maakte. De aflevering werd één van de best bekeken uitzendingen ooit – het werd het moment dat Nederland Thomas Rau definitief leerde kennen.

“Wat ongelooflijk onhandig om zoveel spullen te hebben”

Architect Rau, makkelijk te herkennen aan het Duitse accent en de gevleugelde uitspraken, was namelijk één van de eerste mensen die Wiering’s gedachte al had weten te vangen in een alomvattend verdienmodel: Product as a Service. Dit idee was zo simpel dat het eigenlijk vreemd was dat niemand er eerder opgekomen was.

Fabrikanten hebben er binnen een verdienmodel gebaseerd op bezit baat bij om producten te fabriceren die niet al te lang meegaan, omdat ze alleen winst maken wanneer mensen nieuwe producten aanschaffen. Als je dit zou veranderen in een verdienmodel gebaseerd op gebruik, waarin de fabrikant eigenaar blijft van de producten, dan maakt de fabrikant plotseling juist meer winst naar gelang een product langer meegaat. Zo breng je het belang van de fabrikant in één klap in overeenstemming met het belang van de consument én dat van het milieu – want de productie en consumptie van al die onnodig geproduceerde producten resulteert in bergen afval, vervuiling en co2-uitstoot.

De eenvoudige maar vernieuwende aard van dit idee zou karakteristiek blijken voor Rau’s manier van denken. Samen met zijn vrouw, econoom Sabine Oberhuber, richtte hij in 2010 het bedrijf Turntoo op en begon hij aan een gezamenlijke zoektocht naar praktische manieren om de economische wereld in overeenstemming te brengen met de ecologische. In 2016 bracht het stel hun gedachten samen in een boek, en hun ideeën – deels filosofisch, deels praktisch – sloegen enorm aan. Material Matters behaalde de bestseller-status in Nederland, werd vertaald naar het Duits, het Engels en het Italiaans. In het boek zetten de twee uitgebreid uiteen wat er mis is met het huidige, lineaire systeem en op welke wijze we als samenleving beide uiteinden van dit systeem vast zouden kunnen pakken, om zouden kunnen buigen en aan elkaar zouden kunnen lijmen tot een compleet circulaire economie.

Dat klinkt ambitieus – en dat is het ook – maar de schaal van de ambitie komt overeen met de schaal van het probleem: ons lineaire economische systeem, dat onze planeet inmiddels grotendeels domineert en zich nog altijd uitbreidt, zet onze leefomgeving en haar eindige grondstoffen op hoge snelheid om in problemen. Enerzijds in georganiseerde problemen voor de consument (in de vorm van producten die ontworpen zijn om binnen de kortste tijd kapot te gaan) en anderzijds in onbedoelde maar onvermijdelijke problemen als vervuiling, uitstoot en afval: problemen voor iedereen die de aarde zijn of haar thuis noemt.

Volgens Rau en Oberhuber is dit probleem zo’n fundamenteel onderdeel van de lineaire economie dat alleen een complete hervorming van ons economisch systeem een oplossing kan bieden en dat is waarin de denkwijze van het stel zich onderscheidt van veel bestaande ideeën. Elke oplossing binnen het lineaire scenario – hoe goed bedoeld ook – fungeert volgens hen slechts als symptoombestrijding. Daarmee zorgen dergelijke oplossingen in feite juist voor de optimalisering van ons failliete lineaire systeem en dat is nou juist wat we moeten voorkomen. Die opvatting leidt tot opvallende uitspraken als “groene stroom is onzin” en “duurzaamheid is een groot probleem” – uitspraken die zo erg vloeken met het gangbare duurzaamheidsdiscours, dat ze mensen tijdens lezingen altijd een moment lang hoorbaar ongemakkelijk op hun stoel doen schuiven.

De kern van hun voorgestelde hervorming leidde tot de titel van het boek: Material Matters, te begrijpen op twee verschillende manieren. Materiaal doet er toe – en uiteindelijk is onze hele wereld gefundeerd op materiële zaken. Valt dat fundament weg? Dan blijft er weinig overeind, zeggen Rau en Oberhuber. En gezien de eindige aard van de grondstoffen van onze planeet kunnen we niet wachten tot dat moment zich aan doet en tegen die tijd wel zien wat we eraan kunnen doen. Rau formuleert het graag middels één van de slogans van de consumptiemaatschappij: op is op.

“Afval is immers niets meer of minder dan materiaal zonder identiteit.”

De meeste van de praktische oplossingen die het stel in de afgelopen jaren bedacht zijn daarom gericht op het conserveren van materiaal, en dat komt in de lineaire economie neer op het elimineren van afval. Afval is immers niets meer of minder dan materiaal zonder identiteit.

Die realisatie leidde Rau en Oberhuber tot één van hun eerste ideeën: het materialenpaspoort, dat nauwkeurig aangeeft welke materialen er in een product of gebouw zitten. Een producent die een product terugkrijgt kan zo in een oogopslag zien wat de mogelijkheden voor hergebruik zijn. Materiaal krijgt op die manier een blijvende identiteit en kan niet meer zomaar in de anonimiteit belanden. De volgende stap werd gezet met het Madaster, een online centraal archief waarin al deze materiaalpaspoorten geregistreerd zijn. Een paspoort zonder een centrale autoriteit is immers slechts een stukje papier. Zo was materiaal voorzien van een identiteit, en die identiteit gewaarborgd door een autoriteit – net zoals dat voor (de meeste) mensen het geval is.

Die vergelijking met de manier waarop we de juridische bescherming van mensen organiseren maakten Rau en Oberhuber ook, en leidde hen tot een radicale vraag: moeten we niet nog een stap verder gaan – en materialen beschermen met rechten? Materialen bezitten momenteel immers geen enkele rechten ‘van zichzelf’. Ze worden op grote schaal verbrand, misvormd, kwijtgeraakt en opgelost. Dat terwijl deze materialen het fundament van onze levens op aarde vormen; de mate waarin we afhankelijk van ze zijn neemt alleen maar toe. Mensenrechten zijn daardoor steeds nauwer verbonden met de manier waarop we met onze leefomgeving en haar materialen omgaan. De Verenigde Naties formuleerde in 2015 niets voor niets zeventien Sustainable Development Goals: het welzijn van mensen en het welzijn van de natuur zijn niet meer los van elkaar te zien.

In Material Matters beschrijven Rau en Oberhuber uitgebreid hoe de stap naar een verklaring voor de rechten van het materiaal conceptueel verbonden is aan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens: zoals mensenrechten historisch afgeleid werden van de groep waar iemand toe behoorde is dat bij materialen nu nog het geval. Zolang een materiaal onderdeel is van een laptop, een gebouw of een stofzuiger geniet het hoogstwaarschijnlijk enige juridische bescherming, want dan is het iemands eigendom. Maar zegt iemand die juridische relatie op – wat in feite gebeurt wanneer iemand een product in de afvalbak gooit, of wanneer een gebouw tot de sloop wordt veroordeeld – dan verworden de materialen waar een product of gebouw uit bestaat tot anoniem afval. Net zoals dat bij mensen het geval is, is de anonimiteit de plek waar dingen plaatsvinden die maar moeilijk teruggedraaid kunnen worden.

Zoals gebruikelijk bij dit tweetal bleef het niet bij een idee. Ze namen samen met hun Turntoo-team het initiatief tot een officiële Universele Verklaring van de Rechten van het Materiaal. Afgelopen september werd deze verklaring officieel overhandigd aan oud-minister Ben Bot in het Vredespaleis in Den Haag. Bij de overhandiging waren onder andere oud-premier Jan-Peter Balkenende en Maasai-leider Ezekiel Ole Katato aanwezig, die met Rau en Oberhuber in gesprek gingen over het belang van materialenrechten met betrekking tot huidige conflicten en het verzekeren van een goede levensstandaard voor toekomstige generaties.

Dat was een positieve hoeveelheid aandacht voor de Rechten van het Materiaal, maar voor Rau en Oberhuber was het nog niet genoeg. In hun boek had het tweetal al aangekondigd dat ze in december 2018 – precies zeventig jaar nadat de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens gepresenteerd werd voor de Algemene Vergadering – naar het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York zouden vliegen. Daar zouden ze de Universele Verklaring voor de Rechten van het Materiaal aanbieden aan de VN, met de mededeling dat er maar één werkelijk permanent lid met vetorecht bestaat: de natuur. Zo kwam het dat het hele gezin Rau-Oberhuber begin december over de Atlantische Oceaan vloog met uitvergrote versies van de Universal Declaration of Material Rights in de bagage. De verklaringen werden in New York overhandigd aan verschillende mensen binnen de Verenigde Naties en haar suborganisaties – in het bijzonder aan de directeur van de Sustainable Development Goals, Juangh Zhu. Rau en Oberhuber gaven er een presentatie aan de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging, en bespraken de UDMR met vertegenwoordigers van de Europese Unie in de VN.

“Niets is zo krachtig als een idee waar de tijd voor aangebroken is”

Een idee zo radicaal als een universele verklaring voor de rechten van het materiaal is natuurlijk moeilijker aan de man te brengen dan een makkelijk te begrijpen, ingenieus verdienmodel als Product as a Service. ‘Toch lijkt men er grotendeels open voor te staan,’ zegt Oberhuber. Kijkend naar de geschiedenis, lijkt het bij dit soort ambitieuze ideeën allemaal om timing te draaien. En: niets is zo krachtig als een idee waar de tijd voor aangebroken is. Of de wereld klaar is voor zo’n radicale verschuiving in het denken – het kost immers wat verbeelding om materialen, die geen bewustzijn hebben, niets voelen en zelf niet voor hun rechten opkomen te zien als iets dat beschermd zou moeten worden met eigen, onschendbare rechten – zal de tijd uit moeten wijzen. Maar de redenering van Rau en Oberhuber is helder en overtuigend: ons lot is onlosmaakbaar verbonden met dat van onze materialen

Tekst: Roos van Hennekeler

ir. Thomas Rau

Expert op het gebied van circulaire economie

Thomas Rau is (internationaal) top spreker, ondernemer, architect, innovator, inspirator en...

Offerte aanvragen Bekijk het profiel