Über
Erik-Jan Vlieger
Erik-Jan Vlieger ist Arzt und Unternehmer. Er erwarb sein Diplom in Medizin und sein Diplom in Physik an der Universität von Amsterdam und promovierte am AMC. Erik-Jan begann seine Karriere als Physiker in der Radiotherapie und promovierte anschließend in der Radiologie. Er verzichtete auf die Ausbildung zum Radiologen und arbeitete als Berater im Gesundheitswesen bei Plexus. Als Managing Partner brachte er Plexus unter KPMG. Bei KPMG Plexus leitete er große Veränderungsprojekte und führte Erik-Jan die Gesundheitspraktik.
Danach begann Erik-Jan als Unternehmer im Gesundheitswesen. Er war intensiv in Incision involviert, einer Organisation, die Gesundheitsfachkräften Zugang zu gemeinsamen Erfahrungen, Fähigkeiten und Expertise bietet. Heute arbeitet Erik-Jan Vlieger intensiv an seiner eigenen Organisation Alii. Alii bietet Lösungen, um das beste wissenschaftliche Wissen so schnell wie möglich in die medizinische Praxis zu bringen. Erik-Jan liebt die Gesundheitsversorgung und die Wissenschaft. Seine Entscheidungen in seiner Karriere zielen darauf ab, immer an der bestmöglichen Versorgung für Patienten zu arbeiten.
Erik-Jan Vlieger schrieb das Buch ‘Das neue Gehirn des Arztes’, über den stark sich verändernden Arztberuf. In diesem Buch lehrt er Ärzte, wie sie die enormen Mengen neuer Kenntnisse effizient verarbeiten können, denn der Beruf des Arztes wird sich verändern. Der Arzt der Zukunft geht anders mit Wissen um. Er kann viel mehr – weiß aber viel weniger. Er ist weniger ein Individuum und mehr ein Teil eines intelligenten, klinischen Netzwerks. Er managt ein Team um sich herum. Er forscht ständig: jeder Patient hilft, neues Wissen für zukünftige Patienten zu schaffen. Und für die schwierigeren Patienten bleibt er immer das vertraute Gesicht. Härter arbeiten ist nicht nötig – es kann jedoch intelligenter sein.
Das Ziel all dessen ist es, dem Patienten die bestmögliche Versorgung zu bieten, die nur möglich ist, überall. Damit Patienten darauf vertrauen können, dass sie, wo auch immer sie hinkommen, auf die bestmögliche Weise und nach den modernsten wissenschaftlichen Erkenntnissen behandelt werden.
1. Kennis in de zorg
Wat heeft de medische wetenschap ons gebracht? Hoeveel nieuwe kennis is er eigenlijk? Hoe verwerken we die kennis nu? Zijn er ook problemen zichtbaar in hoe we het nu doen? Zou dat anders kunnen? Wat zou dat op kunnen leveren, als je het anders zou doen?
2. Big data en slimmer onderzoek doen
Wat is big data in de zorg eigenlijk? Wat kan het opleveren? Hoe kan je zelf aan de slag met Big Data in de zorg? Hoe richt je de zorg zo in dat onderzoek doen de regel is in plaats van de uitzondering? Wat is daar voor nodig? Wat kan dat opleveren?
3. Anders specialiseren en opleiden
Specialiseren we wel slim? Er is zoveel multidisciplinair werken nodig, is dat niet gewoon een bijwerking van verkeerd specialiseren? Is dit oplosbaar of inherent de enorme hoeveelheid kennis die er is? En leiden we nog wel slim op? Is parate kennis eigenlijk een goed idee, hoe schadelijk is het? Wat zou je uit je hoofd moeten weten en wat vooral niet? Hoe ziet de opleiding van de toekomst er dan uit?
4. Slimmere diagnostiek, therapie en een andere inrichting van het zorglandschap
Hoe werkt het diagnostisch proces ook al weer? Hoe doe je dat als je maximaal gebruik wil maken van alle beschikbare kennis? Wie zou dat moeten doen, de huisarts? Het ziekenhuis? En hoe krijg je de hoogste kwaliteit in therapie? Hoe kom je tot de beste richtlijnen en protocollen? Hoe zorg je ervoor dat die ook uitgevoerd worden? Hoe kan je vaststellen of dat ook werkelijk gebeurt? Geeft dat ruimte voor andere spelers in het zorglandschap? Is dat wenselijk of niet?
5. Klinische netwerken in de zorg
Er is zoveel nieuwe kennis – het is voor een individuele arts ondoenlijk om dat bij te houden. Klinische netwerken van artsen die ziekenhuisoverstijgend samenwerken rondom patiëntengroepen, kunnen veel goeds brengen:
• slimmer en sneller toepassen van nieuwe kennis in diagnostiek en therapie
• slimmer en sneller onderzoek doen
• leren van het eigen handelen
• andere carrière mogelijkheden creëren voor artsen
Hoe ziet dat er uit? Hoe krijg je dit van de grond? Is het leuk, om zo te werken?
6. Artificial Intelligence: concurrent of samenwerkingspartner voor artsen?
Er zijn inmiddels producten van artificial intelligence op de markt voor de zorg (bijvoorbeeld Watson). Gaan dit soort producten artsen beconcurreren? Artsen hebben een monopolie op het verkopen van gezondheidswinst – blijft dat intact met dit soort concurrentie? Of gaan dit soort producten de positie van artsen juist versterken? Welke rol kunnen artsen daar nu in spelen?
7. Personalised medicine, shared decision making en wetenschappelijke kennis
Veel patiënten ervaren de zorg als paternalistisch – ze voelen zich vaak te weinig meegenomen in beslissingen over hun behandeling. Tegelijk ervaren artsen dat protocollen en richtlijnen dwingend kunnen zijn en hen geen ruimte bieden voor personalised medicine en shared decision making. Toch is het zo dat de kwaliteit van de zorg het hoogste is als protocollen en richtlijnen zo goed mogelijk gevolgd worden. Dit lijkt een tegenstelling, zoals sommige partijen beweren (RVS) – maar in de basis is dat zeker niet zo. Hoe is dit probleem dan op te lossen? Hoe volg je de wetenschap nauwgezet, biedt je de hoogste kwaliteit zorg en is er toch ruimte voor personalised medicine, shared decision making en plezier in het werk?
8. Plezier in het werk voor artsen
Plezier in het werk voor artsen is cruciaal voor hoge kwaliteit zorg, maar onder artsen komt burn-out veel voor. De voortrazende wetenschap kan een gevoel oproepen dat het allemaal niet bij te houden is en dat het werken het karakter krijgt van kookboekgeneeskunde. Hoe is dit op te lossen? Hoe is voor artsen het vak écht leuk te houden / krijgen? Hoe zijn voor artsen veel mooiere carrièrepaden te creëren?